Winter in de vallei van de CÚlÚ

In de winter zorgt de nevel die met mooi weer 's nachts en 's ochtends vaak in de vallei hangt, voor een met rijp bedekt landschap. Op de meeste plekken is de rijp rond een uur of elf verdwenen door de felle zon. Op sommige plekken in de vallei komt de zon in de winter nooit. De zon komt op die plekken niet boven de bergwand uit. Er is dan altijd een strikte scheiding te zien alsof een mes door de vallei heeft gesneden. Je rijdt plotseling een ander wereld binnen.

Het is een zeer bijzondere ervaring om een bocht om te rijden en ineens in een witte wereld te belanden, terwijl in de rest van de vallei de zon volop schijnt aan een strak blauwe hemel. Bij bepaalde weersomstandigheden kan dit wel meer dan een week aanhouden. Met rijden is het oppassen. Het verklaard ook waarom je op sommige plekken helemaal geen huizen ziet, ook al lijkt het in de zomer zo'n geweldige plek om een huis te bouwen. Op alle plaatsen waar de zon niet of maar spaarzaam komt in de winter, is geen bebouwing. Zonder de zon kan het lange tijd behoorlijk koud zijn.

Bomen krijgen een zeer uit gesproken vorm.

De rijp hecht zich in de loop van de dagen aan een tot een dikke laag, die gras en takken bedekt.

Het water van de rivier de CÚlÚ blijft stromen, maar wordt wel heel koud. Langs de randen begint de ijsvorming het eerst. De vorstperiode houdt meestal niet lang genoeg aan om een echte ijslaag te kunnen vormen.